Wat leer je in Optiek?

Het vakkenpakket bestaat uit :

  • een algemene vorming
  • een specifiek theoretisch-technische vorming
  • een praktisch-technische beroepsopleiding

Optica en anatomie staan borg voor een wetenschappelijk inzicht en zorgen voor een wetenschappelijk verantwoorde basis. Je leert er de eigenschappen van lenzen en spiegels en de brekingswetten van het  lichtht kennen. Ook de belangrijkste waarnemingsinstrumenten komen aan bod. Er worden regelmatig leerlingenpractica gegeven zodat de leerstof inzichtelijk verwerkt wordt.

Optometrie is een tweede belangrijke luik in de theoretische vorming. Om de gezichtsscherpte na te gaan en eventueel verbeteringsglazen te kunnen geven, is een degelijke kennis van het systeem oog -bril vereist. Hoe fouten kunnen worden vastgesteld en hoe de correctie wordt bepaald, leer je op een theoretische  en praktische wijze.

Anatomie en  Fysiologie

In deze lessen wordt de bouw en de werking van het  oog besproken. Men verklaart hoe het zien tot stand komt.

Pathologie  en Farmacologie 

de opticien-optometrist kan en mag geen diagnose stellen, noch een behandeling uitvoeren. Men zal hem wel vaak om raad vragen en dan moet de opticien een gezond oog van een ziek oog kunnen onderscheiden. Bovendien moet hij inzicht hebben in de neveneffecten van bepaalde medicatie. Stoornissen bij het zien als gevolg van medicatie moet hij kunnen herkennen.

Technologie

als toekomstige opticien moet je eveneens op de hoogte zijn van de diverse technieken, apparatuur, grondstoffen en materialen. De mogelijkheden en de beperkingen, het gebruik en het onderhoud worden besproken in de lessen technologie. Er is een nauwe samenwerking met de bedrijfswereld en regelmatige bedrijfsbezoeken zijn hierbij onontbeerlijk.

In de praktijkvakken ligt de nadruk op atelierwerk :

  • slijpen met handslijpsteen
  • het bedienen van de slijpautomaat
  • soldeerwerk
  • montuuraanpassingen
  • glasadvies geven aan klanten
  • montage -oefeningen in diverse materialen en monturen

Optometrie

Dit is de uitvoering van diverse tests om fouten in het brekingssysteem van het oog vast te stellen en de mogelijke verbeteringen of correcties te bepalen. Aanvankelijk wordt er geoefend op medeleerlingen, later worden externe proefpersonen opgemeten.