In het TSO wordt zowel een algemene vorming als een praktijkopleiding nagestreefd die het mogelijk maakt om na het middelbaar onderwijs verder te studeren ofwel in het  beroepsleven te stappen. Uiteraard is ook in het technisch onderwijs de leerstof belangrijk, maar de verscheidenheid aan vakken is minder groot en de hoeveelheid leerstof is beperkter. Bovendien kiest het TSO voor leerinhouden die meer technisch gericht zijn: belangstelling voor natuur en techniek is dus echt wel noodzakelijk.


De leerkracht zal in het TSO en BSO, meer dan in het ASO, de leerstof en vooral ook de wijze van lesgeven, aanpassen aan de leerling. De leerkracht is vooral ook een begeleider die de weg wijst, motiveert en stimuleert.  De leerstof is minder abstract, er worden meer oefeningen gemaakt en de theorie is beperkt en staat  vooral in functie van de praktische oefeningen. Uiteraard moet iedere leerling een minimum leerstof beheersen, maar  het verwerven van attitudes, technieken en processen én de vorderingen die gemaakt worden, zijn zeker even belangrijk.


In het eerste leerjaar A wordt een ruime algemene vorming aangeboden.  Alle leerlingen Techniek-Wetenschappen of Hotel hebben ditzelfde pakket van 27 uren.

Maar natuurlijk heeft niet iedereen dezelfde interesse of dezelfde capaciteiten. Daarom voorzien we ook nog vijf lesuren specifiek voor de ene of de andere studierichting.
Na het eerste leerjaar A kun je naar het tweede gemeenschappelijk leerjaar. De keuze die je in het eerste jaar hebt gedaan wordt dan verder uitgewerkt. En je kan natuurlijk ook voor iets anders kiezen!

In het BSO gaat het vooral om een beroepsopleiding en wordt een zeer praktisch gericht onderwijs gegeven. Na een zevende specialisatiejaar kan dan eventueel de basis worden gelegd voor een, zij het beperkte verdere studie en/of beroepsvervolmaking. Een groot pakket van de vakken gaat naar praktijk, de theorie wordt tot een minimum beperkt, in de mate van het mogelijke wordt iedere leerling zo individueel mogelijk beoordeeld.

Het eerste leerjaar B richt zich in de eerste plaats naar die leerlingen die in de loop van het lager onderwijs door de ene of andere reden een achterstand hebben opgelopen. De nadruk ligt dan ook op het bijsturen van de leemten die zijn ontstaan, vooral in Nederlands en wiskunde. Dit gebeurt o.m. door hoekenwerk en contractwerk waardoor ieder een beetje op eigen ritme kan werken.

Wie slaagt in het eerste jaar B kan eventueel overstappen naar het eerste jaar A. Maar meestal kiest men voor het beroepsvoorbereidend leerjaar. Zoals het woord zelf aangeeft gaan we kijken of je voor een bepaald beroep ‘aanleg’ hebt. Het beroepenveld hotel omvat 16 uren en je maakt een verkenningstocht door de wereld van restaurant, keuken, slagerij en bakkerij. Wie niet kiest voor Hotel-Bakkerij-Slagerij, kiest misschien voor Office & Retail of Haarzorg in het derde jaar. In dat geval kies je voor een van deze twee beroepenvelden:

  • kantoor - decoratie  
  • voeding-verzorging - decoratie
  • haarzorg - decoratie